Willem Frederik Hermans citáty

Willem Frederik Hermans foto

3   0

Willem Frederik Hermans

Datum narození: 1. září 1921
Datum úmrtí: 27. duben 1995

Willem Frederik Hermans byl nizozemský autor románů, novel, povídek, dramat a scénářů, ale také esejí, kritik a polemik. Vedle toho byl aktivní jako fotograf a tvůrce surrealistických koláží. Roku 1955 získal Hermans s vyznamenáním titul doktora matematiky a fyziky, z oboru fyzické geografie. Roku 1971 odmítl cenu P. C. Hooftprijs, ale v roce 1977 přijal z rukou belgického krále Baudouina I. ocenění nizozemského písemnictví Prijs der Nederlandse Letteren. Spolu s Gerardem Revem a Harry Mulischem je Willem Frederik Hermans považován za jednoho z Velké trojky, trojice nejdůležitějších nizozemských spisovatelů poválečné doby.


„Morálka není nic jiného než pracovní hypotéza s dočasnou platností a po smrti člověka každá morálka zaniká.“

„Stěží lze očekávat, že by se spisovatel cítil zvlášť poctěn, když je vyznamenán ministrem, jehož podpis ze dne na den klesne v ceně o deset tisíc guldenů. (poté, co mu ministr kultury poslal oficiální sdělení o udělení ceny P. C. Hoofta s chybnou částkou 18 000 guldenů (místo 8 000) a vzápětí se opravoval) “


„Člověk je dobrý jedině z vypočítavosti, šílenství nebo zbabělosti.“

„Zo vreemd, zegt ze, dat wij hier nu samen zijn, onbegrijpelijk. Ik denk dikwijls dat er eigenlijk niet veel verschil is tussen leven en dromen. Het verschil is maar schijnbaar, doordat we, als we wakker zijn, alles veel te bevooroordeeld bekijken om te zien dat het leven ook een droom is.“ Nooit meer slapen

„Wat is een held? Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.“ De donkere kamer van Damokles

„Wetenschap is de titanische poging van het menselijk intellect zich uit zijn kosmische isolement te verlossen door te begrijpen“ Nooit meer slapen

„Ik besef plotseling dat ik in een voortdurende vrees leef te moeten bestaan in een maatschappij waar iedereen iedereen voor de gek houdt.“ Nooit meer slapen

„Wat is mijn kathedraal? Ik werk aan een kathedraal die ik niet ken en als hij voltooid is, zal ik er niet meer zijn en niemand zal weten dat ik eraan heb gewerkt.“ Nooit meer slapen


„Ik ben niet treurig. Ik heb alleen groot medelijden met de andere mensen die zo ver bij mij vandaan zijn en al had ik een radiozender tot mijn beschikking, het zou geen nut hebben hun te zeggen wat ik denk. Ik kan hen niet begrijpen en zij mij evenmin. De gekste sprookjes zijn niet uit hun hersens weg te branden, varianten op domme grootheidswanen, uitgebroed toen hun voorouders nog in holen woonden en niet beter wisten of de hele kosmos was niet groter dan hun hol. En als ze er niet aan geloven, dan hopen ze toch wel spirituele openbaringen te kunnen putten uit materiële nonsens. Want, zeggen ze, wij kunnen zo alleen niet verder leven, wij hebben behoefte aan troost. (Leef ik soms niet verder? Wie troost mij?)
Daarvoor laten ze de pausen in paleizen wonen en de Aga Khan diamanten eten. Aan de miljoenen die uit naam van hun troostende leugens mishandeld worden, aan de absurde wetten die er zelfs in de beschaafdste landen op zijn gebaseerd, denken zij nooit, want zij willen in slaap gesust worden met sprookjes en hoe meer bloed ervoor vergoten wordt, hoe beter zij erin kunnen geloven. Want bloed is het enige waarover ze beschikken en het enige onomstotelijke existentiële feit is hun onverzadelijke bloeddorst.“
Nooit meer slapen

„Wie niet helemaal bereikt wat hij bereiken wil, raakt niet los van de vraag, of hij niet beter elke moeite iets te bereiken zou kunnen opgeven, in plaats van te doen of iets anders bereiken hem kan troosten voor het feit dat hij niet bereikt heeft, wat hij oorspronkelijk wou.“ Au Pair

„Omdat men zal weten dat over de mens niets te bewijzen valt, dat er van hem in doen en laten, in wezen en verschijning, in heden en verleden, nog geen schim valt te bekennen van wat hij is en is geweest.
Wij zijn niets anders dan de strandvonders van ons eigen leven, brokstukken verzamelend langs de zee der vergetelheid. In onze hand lopen wij met de verroeste spijkers van een groot, gezonken schip - en wij denken dat dit oudroest een horloge is.“
Paranoia

„Het eerste waar Nederlanders aan denken, als ze iets willen verkrijgen dat hun eigen land niet oplevert, is niet het zelf te gaan maken, maar het te zoeken in den vreemde.“ Au Pair


„Hij lachte over de mislukkingen die ik hem vertelde. Maar hij lachte mij niet uit. Nee, eerder lachte hij, zoals iemand lacht over fouten die hij zelf lang geleden, begaan heeft, met nog wel wat verdriet omdat hij gefaald heeft, maar ook voldoening omdat hij ze overwon, of van geen belang meer acht.“ Moedwil en misverstand: Novellen

„Ach heer, twee-, drieduizend jaar geleden bestond er helemaal geen scheikunde en toch vonden de mensen de dingen die ze toen deden ook al vreselijk belangrijk. En nooit stond er iemand op, die zei: Alles goed en wel, maar ik wou maar dat ik wist hoe ik N-Ethyl-8-hydroxytetrahydrochloropheenhydrochloride moest samenstellen. Dat kon helemaal niet worden gezegd. Zelfs met je mond kon je toen niet... niet over de materie praten... ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen... maar ze wisten feitelijk nog helemaal niet wat materia was en eigenlijk was alles wat erover werd gezegd, onzin. En toch leefden ze. Toch maakten ze geschiedenis. Een ze gaven elkaar lauwerkransen. En ze bezongen elkaar in heldendichten."
"Maar ze deden een hoop domme dingen."
"Wij niet dan?“
Onder professoren

„Je zou een tweede hoofd moeten hebben om te begrijpen wat dat éne hoofd is, maar ik heb er maar een, hier is het in mijn handen, ik houd het vast op een manier waarop een mens nooit iets anders vasthoudt.“ Het behouden huis

„Applaus," zei hij, "wat een vreselijke manier om een kunstenaar te belonen. Hij heeft zich ingespannen de mooiste muziek te zingen of te spelen en het brengt zijn publiek tot niets anders dan het maken van het eentonigste lawaai dat er bestaat.“ Au Pair

Podobní autoři

Citát se vám libí,
sdílejte ho s přáteli na .